In de Esta van deze week een artikel onder de titel 'Zaaien maar!', op de cover aangekondigd met de woorden: 'De serie-verwekker. Zaaddonor Derk (46): 'geen idee hoeveel kinderen er van mij rondlopen''.
Waarom toch weer van dit soort suggestieve, tendentieuze bewoordingen? Mannen die donor zijn bij een spermabank verdienen meer respect. In het artikel wordt gynaecoloog Marinus Crooij van Medisch Centrum Kinderwens in Leiderdorp geciteerd, over de motivatie van donoren: '...tegenwoordig spelen vooral altruïstische redenen een rol. Donoren kennen bijvoorbeeld mensen die heel moeilijk zwanger kunnen worden, en willen zo hun steentje bijdragen.'
Ook voor donor Derk was dit de motivatie: 'Ik wist van twee bevriende echtparen hoe verdrietig het is als je geen kinderen kunt krijgen. Daarbij heb ik het altijd vanzelfsprekend gevonden om anderen te helpen.' Derk doneerde eind jaren negentig, een tijd waarin het vanzelfsprekend was dat spermadonoren anoniem bleven, dat werd hem bij het intakegesprek ook medegedeeld.
Inmiddels zijn de inzichten veranderd en is het in Nederland sinds 2004 niet meer mogelijk om anoniem sperma te doneren. De Stichting Donorgegevens Kunstmatige Inseminatie beheert de gegevens van donoren en nakomelingen kunnen als zij 16 jaar of ouder zijn bij die stichting de gegevens van 'hun' donor opvragen.
Uiteraard ontbreekt ook professor Hoksbergen, emeritus hoogleraar adoptie niet in het artikel. In publicaties of uitzendingen rondom KID en/of alleenstaande vrouwen die kiezen voor het moederschap, mag hij steeds weer z'n zegje komen doen. Waarom toch steeds weer deze man? Zijn er nou werkelijk geen andere deskundigen te vinden die iets zinvols en genuanceerds over dit thema kunnen zeggen?
Dit keer stelt Hoksbergen KID gelijk aan adoptie: 'Je adopteert in feite een kind van een ander'. In mijn visie verschilt KID toch fundamenteel van adoptie: er is geen sprake van ongewenst zijn, van biologische ouders die niet voor een kind kunnen of willen zorgen. In het geval dat een alleenstaande vrouw via KID een kind krijgt, is dit kind juist zeer gewenst en leeft hij samen met zijn moeder.
Ook de motivatie van de donor is een positieve: hij wil iemand helpen, gunt een vrouw het moederschap en een kind het leven waarin het zo welkom is.
Dat vertelt ook Jelte (29): 'Ik wist al vanaf mijn 6e dat ik een donorkind was. Mijn moeder, een alleenstaande vrouw, heeft daar nooit een geheim van gemaakt. Ik heb hem ook niet gemist. Maar willen weten wie je biologische vader is, is iets heel anders. Ik denk dat het toch iets met identiteit te maken heeft.'
Via het televisieprogramma 'Spoorloos' vond Jelte in 2005 zijn biologische vader. Zij zien elkaar nu een paar keer per jaar: 'Ik zie hem niet echt als vaderfiguur, maar het is wel heel leuk. We hebben een goede klik en door oude foto's van hem weet ik dat we als twee druppels water op elkaar lijken'.
De ontmoeting met zijn vader heeft hem rust gebracht, en Jelte heeft antwoord gekregen op de vragen die hij had.
Barbara Lammerts van Bueren
Rianne Marijs, 'Zaaien maar', in: Esta, nr. 20, 16-29 september 2011